Bijvoegelijk naamwoord
In het Nederlands zeg je: het grote huis. Grote is een vorm van groot en noemen we een bijvoegelijk naamwoord. Gebruik je een, verandert de vorm van het bijvoegelijk naamwoord. Een groot huis. Dat is in het Duits ook zo. Das groβe Haus. Ein groβes Haus. Het Duits heeft wel wat meer vormen.

In deze video wordt in het Duits uitgelegd hoe het zit met die vormen van het bijvoegelijk naamwoord in de naamvallen. Er is wat vaktaal. Adjektiv is een bijvoegelijk naamwoord. Deklination betekent vervoeging (in verschillende vormen zetten). Dativ is derde en Akkusativ vierde naamval. Na für komt altijd een vierde naamval, na mit een derde. Klik hier voor de video.

Nu weet je hoe het zit met het bijvoegelijk naamwoord als er der voorstaat. Hetzelfde geldt voor de woorden in dezelfde groep als der: diese/r/s, welchee/r/s/ solche/r/s. Staat er ein/e voor of een woordc in de ein-groep (ein, mein, dein, sein, ihr, unser, euer, ihr, Ihr), dan moet je opletten bij manlijk eerste naamval en onzijzig eerste en vierde naamval. Voor de rest is het hetzelfde. Kijk maar in het onderstaande overzicht.

manlijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud

manlijk
vrouwelijk
onzijdig
1 hij
der kleine Mann
die kleine Frau
das kleine Kind
die kleinen Menschen

ein kleiner Mann
eine kleine Frau
ein kleines Mädchen
3 aan hem
dem kleinen Mann
der kleinen Frau
dem kleinen Kind
den kleinen Menschen

einem kleinen Mann
einer kleinen Frau
einem kleinen Mädchen
4 hem
den kleinen Man
die kleine Frau
das kleine Kind
die kleinen Menschen

einen kleinen Man
eine kleine Frau
ein kleines Mädchen
Voorbeelden
  • Dieser kleine Mann gibt welcher schlanken Frau ein dickes Buch?
  • Welches neue Auto gefällt deinem jungen Kind?

Aufgaben


Lösungen